Academia Vitae News and Commentary

Archive for June 11, 2008

Verslag column Henk Zijm uitgesproken op 30 mei jl.

Column Academiae Vitae, 30 mei 2008

Er zit een zekere paradox in het feit dat in een land met een redelijk sterke sociale structuur en wetgeving, tegelijkertijd het individualisme sterk wortel heeft geschoten. Door sommigen wordt die tegenstelling gezien als het meest wezenlijke verschil tussen links en recht, waarbij de ene zijde grosso modo vasthoudt aan de gedachte van een fatsoenlijk sociaal vangnet, solidariteit met de zwakkeren in de samenleving, terwijl de andere kant de nadruk legt op de noodzakelijke zelfredzaamheid van het individu, het voor jezelf opkomen, het “op eigen kracht” jezelf ontwikkelen. Ik geef onmiddellijk toe dat hier een zwart-wit beeld wordt neergezet dat in werkelijkheid genuanceerd wordt door vele grijstinten. Toch zie je in de tijd wel sterke veranderingen; de jaren ’80 van de vorige eeuw worden niet voor niets als een “ik-tijdperk” geduid, als een natuurlijke reactie op de voorliggende 15 jaar, beginnend met de flower power periode. Niet dat er in die jaren ’80 geen aandacht was voor anderen, maar dan toch vooral in termen van rolmodellen; kan ik bereiken wat hij of zij ook heeft gerealiseerd.

Dat is één associatie met het “ik”, maar er staat een ander mensbeeld tegenover, zij het dat er enige overlap is. Ik doel op het model waarin het uitgangspunt is dat ieder mens uniek is, maar ook in principe gelijkwaardig, en juist dat principe van gelijkwaardigheid werkt uit tot wat ik noem: acceptatie en non-discriminatie. De overeenkomst met het voorgaande beeld zit in een sterk zelfbewustzijn, maar de uitwerking van dat beeld langs die lijn van gelijkwaardigheid leidt toch veelal tot een minder individualistisch wereldbeeld, of zo u wilt tot meer verbondenheid, tot een ik” als deel van de “wij” wereld, anders dan het model waarin het principe van de survival of the fittest dominant is. Die ik-wij wereld wordt gekenmerkt door een sterke tolerantie, in Nederland bijvoorbeeld uitgedragen door de Amsterdamse burgemeester Cohen, en dat was ook precies de reden waarom hij enkele weken geleden van de Radboud Universiteit een eredoctoraat ontving. Zijn dankwoord was nog opmerkelijker omdat hij daarin zo perfect de tegenstelling verwoordde waar ik het over had; waar de één zijn houding van “de boel bij elkaar houden” prijst, verwijt de ander hem “slap optreden, en een gebrek aan daadkracht”. Het zal u niet verbazen dat ik tot het eerste kamp behoor.

Zo bouwen we allemaal onze beelden op, maar dat verhindert niet dat veel mensen een natuurlijke neiging hebben om voor allerlei onwelgevallige gebeurtenissen, besluiten of confrontaties, de schuld vooral bij anderen te leggen. In veel organisaties of samenlevingen lijkt een natuurlijk wantrouwen te bestaan ten opzichte van de volgende laag in de hierarchie. Om uit mijn eigen ervaring te putten: als hoogleraar vormen decanen en vooral het College van Bestuur een op zijn best noodzakelijk kwaad en in ieder geval een orgaan waar je zo weinig mogelijk last van wilt hebben en dat veel te veel regels oplegt. Ten opzichte van veel lokale en nationale overheden zien we datzelfde natuurlijke wantrouwen. Het “zij” denken is wijdverbreid, “zij” zorgen niet voor een goede kinderopvang, “zij” heffen teveel belasting, of te weinig, “zij” hebben geen oog voor een fatsoenlijk cultuurbeleid, “zij” veroorzaken een verstikkende bureaucratie, etc. En inderdaad, om op dat laatste door te gaan, wij zijn nog ver verwijderd van, om met Fukuyama te spreken, een maatschappij gebaseerd op “trust”, maar we mogen dan ook wel de hand in eigen boezem steken; de voortdurende neiging om elke uitzonderingssituatie door aanvullende wet- en regelgeving op te vangen is niet zelden een gevolg van de reactie van de politiek op vragen uit de samenleving. De overdrachtsbelasting moet onmiddellijk afgeschaft worden maar over de hypotheekrente-aftrek valt niet te praten.

Maar het sterkst wordt, en ik ontkom er ook niet aan, het begrip “wij-zij” verbonden met het integratiedebat. Ik kan daar diep treurig van worden, want zonder de vele goede actoren in het debat tekort te doen wordt het debat toch iets te vaak gedomineerd door het stigmatiseren van complete bevolkingsgroepen, of zo u wilt door een gebrek aan nuance, door een soms schrijnend gebrek aan respect voor wat ik zojuist schetste als de uniciteit van ieder mens. Immers, zoals velen van u wel weten, is het grootste deel van gekleurd Nederland vergaand geïntegreerd, en neemt het deel aan onze sociale en maatschappelijke processen. Ik kan natuurlijk verhalen vertellen over onze campus, waar 65 nationaliteiten zonder enig probleem samenleven maar dan zult u ongetwijfeld tegenwerpen dat het hier een samenleving van hoog-opgeleiden betreft die geen afspiegeling vormt van de problemen in de Haagse Schilderswijk of de Amsterdamse Pijp. En daarin hebt u gelijk alhoewel je soms toch voor verrassingen kunt komen te staan. Kort geleden werd ik bezocht door een vertegenwoordiging van onze Chinese studenten (dat zijn er ongeveer 200) die zich beklaagden over het feit dat er in de sporthal posters waren opgehangen als protest tegen de Olympische Spelen in China, in verband met de bezetting in Tibet. Ik heb ze netjes uitgelegd dat dit een land was waarin vrijheid van meningsuiting gold, dat veel Nederlanders de aanwezigheid van China in Tibet inderdaad als een bezetting zien, enz. enz, totdat mij uiteindelijk duidelijk werd dat dat helemaal het punt niet was. De Chinese karakters op de poster (die ik niet kon lezen) werden door verschillende Chinese studenten geïnterpreteerd als een suggestie van onveiligheid. Hetzelfde heb ik meegemaakt met de kinderen van een goede Turkse vriend en collega hoogleraar die, ondanks hun overduidelijke volstrekte integratie (ze spraken accentloos Nederlands) zich afvroegen, in de hoogtijdagen van het beleid van mevrouw Verdonk als minister, wanneer het hun beurt was. En dan volstaat het niet om te zeggen; dat ligt aan de uitvoering van het beleid, niet aan het beleid zelf. Want dat ligt het wel. Er werd in dit land een sfeer gecreëerd waarin het steeds lastiger werd voor buitenlandse studenten om een visum te krijgen, of een gasthoogleraar uit Iran te inviteren. Om maar niet te spreken van de Iraanse studentenaffaire waarin nota bene het beeld in de pers kwam dat de Universiteit Twente “Iraanse studenten weigerde”. Ik zal u de details besparen maar de werkelijkheid was dat wij weigerden de door de IND geëiste verklaringen af te geven, ons beroepend op de vrijheid van onderwijs, waarop de IND besloot om die studenten dan geen visum te geven. Het werd pas duidelijk toen in een gesprek daarover ik opmerkte dat wij ook geen niet-Jood verklaringen afgaven, al moet ik zeggen dat ook die opmerking me niet in dank is afgenomen.

En ik weet het, het is gevaarlijk, maar ik wijs toch maar op de vele voorbeelden waarin het stigmatiseren van bevolkingsgroepen tot onherstelbare gebeurtenissen heeft geleid. De voorbeelden zijn te talrijk; het lot van de zwarte bevolking in de Verenigde Staten in de tijd van de slavernij en ver daarna (zo treffend beschreven in Schulte Nordholt’s “Het volk dat in duisternis wandelt”), het lot van de Joodse bevolking in WO II, de heksenjacht van senator McCarthy in de jaren ’50 van de vorige eeuw op alles wat naar communisme riekte, de vele ethnische conflicten op het Afrikaanse continent, de beelden van vluchtelingen uit Zimbabwe die in Zuid-Afrika een nieuw bestaan opbouwen, om tot de ontdekking te komen dat het ze niet gegund is, en ook in eigen land, gezinnen die door voortdurende pesterijen hun huis moeten verlaten, of hun kinderen naar andere scholen moeten overplaatsen. Natuurlijk, niemand heeft het zo bedoeld maar er ontstaat een sfeer waarin het mogelijk wordt.

De verwondering die mij telkens weer bekruipt bij al dit soort gebeurtenissen is het gemak waarmee scheidslijnen langs ethnische lijnen, of lijnen van nationaliteit, of religie, of sexuele geaardheid of wat dan ook worden getrokken. Ik heb er weinig problemen mee wanneer een moslim-promovendus even bij mij langskomt om te vragen of ik bij de felicitatie na afloop van de promotie zijn moeder geen hand wil geven omdat dat tot verwarring leidt in de familie, maar in sommige kringen wordt dat beschouwd als een teken van niet-geintegreerd zijn. En nogmaals: in mijn Amsterdamse tijd ben ik geconfronteerd met allochtone jongeren die problemen veroorzaakten. Maar, wonend in Diemen werd ik ook om de paar weken geconfronteerd door vernielingen door voetbalsupporters terug uit De Meer waar Ajax toen nog speelde, en dat leidde nooit tot de opmerking dat de Nederlandse jeugdcultuur verrot was. Laat ik besluiten met een citaat dat wat mij betreft treffend de hypocrisie van het wij-zij denken aantoont. De Amerikaanse zangeres en anti-homo activiste Anita Bryant waarschuwde ooit haar publiek met de woorden: “Volk van Amerika, zij (homosexuelen) zijn een gevaar voor uw kinderen”, waarop het even slagvaardige als doeltreffende antwoord van de homo-beweging volgde: “Volk van Amerika, wij zijn uw kinderen”.

Prof. dr. Henk Zijm, Rector Magnificus Universiteit Twente

Comments off